Blog

blog

Ik zit in de salon, of wellicht de rookkamer, van een immens herenhuis in een van de voorsteden van een stad die zichzelf groter vindt dan ze is. Aan de wanden, beplakt met duur behang dat je voor geen geld in je eigen huis zou willen hebben, schilderijen van statig voor zich uit starende mannen. Hun uitdrukking maakt het duidelijk, hier kan niet mee gesold worden.

Voor me op de tafel staat een dampende kop thee, netjes met een theezeefje ingeschonken, zodat er geen blaadjes in vallen. De melk hen ik netjes afgeslagen, wellicht een foutje?

In de andere stoel zit een man, de naam doet er niet toe, laten we zeggen Arjen. Arjen is, zo hoorde ik hem juist zeggen, van adel. Hij heeft meer achternamen dan ik honden. Statige achternamen die klasse en afkomst doen veronderstellen.

Arjen, nou ja, zijn naam, kwam ik tegen toen ik de personele samenstelling van een organisatie aan het doorkijken was. Er moest in het kader van een organisatie aanpassing een nieuw bezettingsplan worden gemaakt en zijn naam kwam voor op de personeelslijst. Alleen had ik hem in de maanden dat ik werkte voor deze organisatie nooit ontmoet.

“Wie is deze Arjen?” vroeg ik aan een van andere aanwezigen.

“Oh, ja, Arjen, ja, die is al even thuis ja, het ging allemaal niet zo goed met hem, hebben we hem maar met ziekteverlof gestuurd ja. Och gut ja, Arjen.”

Arjen was een vergeten medewerker, al maanden, zelfs jaren, werd braaf zijn salaris doorbetaald, eigenlijk dachten ze wel eens aan hem, maar het voornemen om in actie te komen was telkens snel weer weg, de routine en waan van de dag hielpen daarbij. Arjen was op voorspraak van zijn familie, waarvan de meeste leden hoge politieke functies bekleedden, geplaatst bij deze overheidsorganisatie. Hij was het buitenbeentje in de familie vanwege zijn lage IQ, de aristocratie zorgt voor de zwakkeren in de eigen kring. Maar ja, veel werk kwam er niet uit zijn handen, dus mocht hij met ziekteverlof en werd hij voor het gemak vergeten.

Onder het genot van een kopje thee, en nog een, een net bezoek bij de aristocratie bestaat uit twee kopjes thee, vertelde Arjen mij het hele verhaal. En ja, hij was het thuis zitten wel een beetje beu. Samen bespraken we wat hij zou willen en kunnen en we kwamen uit op een takenpakket bij het onderhoud van de ruime tuinen die het gebouw van de organisatie omringden. De maandag erop begon hij en zowel de tuin als Arjen fleurden op. De medewerkers gingen eens een praatje met hem maken en al snel vroegen ze hem om wat meer klusjes te doen. Hij groeide in zijn rol en zelfvertrouwen en vandaag de dag is hij een vast onderdeel van de organisatie geworden.

De moraal? Iedereen heeft zijn sterke competenties, we moeten ze alleen vinden en een takenpakket vinden dat past bij de mens. We zijn gewend mensen aan te passen op functies, als we daarmee stoppen en functies aan gaan passen aan mensen, binden we medewerkers aan de organisatie.

agamedesmenscentraal