blog

Ruzie met je baas.

In het begin van mijn loopbaan was ik er een kei in, ruzie maken met mijn baas. Ik heb de eerste 20 jaar van die loopbaan dan ook alleen maar bazen gehad, geen leidinggevers, dat scheelt natuurlijk een slok op een borrel.

Mijn eerste baas was een medisch specialist microbiologie. Een man die leefde voor zijn professie. Een van de beste microbiologen die ons land rijk was, voorzitter van de landelijke specialisten vereniging, maar vooral een paternalistische baas met een sterk maar wat wereldvreemd gezags-paradigma. Collega's academici werden met "jij" aangesproken, wij simpele HBOers met "U" en de mensen in de spoelkeukens weer met "jou" en "jij". Toen ik afstudeerde als personeelwetenschapper zei hij tegen mij dat we vanaf dat moment elkaar "jij" en "jou" mochten noemen.

We hebben het over de jaren '70. Hij een man opgegroeid in het vooroorlogse tijdperk, waarin rangen en standen zeker in het zuiden nog domineerden, waar de fabrikant de mensen arm en de pastoor de mensen dom hield. Een simpele wereld die geweldig complex was omdat alles aan ongeschreven regels onderhevig was. Ik was van de protestgeneratie, niet echt fanatiek, dat was meer voor de socialisten die door ons katholieken toch gemeden werden, de pastoor had het er niet zo op. Maar desondanks kon ik mijn mond niet altijd in bedwang houden en dat leidde al snel nadat ik was aangenomen tot een eerste woorden wisseling. "Uw coiffeur staat me niet aan" hoorde ik ineens van achter me. Nu was het in die tijd normaal dat ook mannen het haar tot over de oren hadden, soms nog langer en ik deed daar ook aan mee. Ik weet niet meer wat ik antwoorde, maar het was wel de basis van een ruzie die jaren heeft geduurd. Enkel en alleen omdat ik goed was in mijn professie en op handen werd gedragen door mijn hoofdzakelijk vrouwelijke collega's, werd ik door hem gedoogd. Op een gegeven momentben ik met een vraag zijn kamertje in gelopen. Zijnbekendmantra "Met U kan ik niet praten" volgde snel waarop ik aangaf dat het tijd werd dat we toch een zouden praten. We hadden namelijk dezelfde ambitie, ons lab het beste maken. Na ruim twee uur zeer emotioneel gesproken te hebben, hebben we elkaar de hand geschud, zijn we het eens geworden dat we het niet overal over eens waren, maar wel een gezamenlijk doel hadden.

Maar omdat mijn loopbaan op een dood spoor zat, rond mijn dertigste weinig vooruitzicht op groei, verliet ik de organisatie. Ik werd hoofd POI bij een ziekenhuis en liep daar tegen een management op dat overal mee bezig was, behalve met besturen. En daar kon je weinig over zeggen, dan werd er even fijntjes op gewezen dat de broer van de directeur wel wethouder was en de medisch directeur wel arts was! Dus ook daar was mijn loopbaan niet zonder conflicten en al snel ging ik daar weg.

Ik ging weg bij de zorg, ik had er genoeg van en kwam terecht in de energiesector, die juist toen, begin jaren '90 aan een geweldige transitie bezig was. Geweldig team, leuke leidinggever waar ik veel van geleerd heb, maar toen hij een nieuwe uitdaging kreeg aangeboden was zijn vervanger een oud rijksambtenaar die vooral tevreden was met zichzelf en steeds liep te pochen met de wetten die hij had gemaakt. Tja, dat is en was dus niet echt mijn type, een beetje bescheidenheid siert de mens, je mag best trots zijn van mij, maar loop er niet mee te koop. Roomse opvoeding denk ik. Dus knetterde het weer door de gangen. De echte HRM professional tegen een amateur met de huis-tuin-en-keuken opvattingen over P&O. Hij kreeg ontslag en ik vertrok.

Ik ben geen gemakkelijk mens, ik heb geen gemakkelijke persoonlijkheid, ik ben gepassioneerd. Ik had en heb een plekje in mij hart voor (bijna) alle organisaties waar ik voor gewerkt heb. Passie betekent ook vaak betweterigheid. En dat betekende vaak heftige discussies met collega's en zeker met bazen die het naar mijn idee niet zo goed wisten als ik.

Mijn oma, een zeer wijs en verstandig mens zei altijd: "Waar er twee vechten, hebben er twee schuld". Heb je ruzie met je baas dan ligt dat aan beiden. Maar ik denk dat als een baas geen baas maar een leidinggever is er aanmerkelijk minder ruzie zou zijn.

Toen ik het energiebedrijf verliet kwam ik terecht bij de Rijksoverheid. De directeur gaf iedereen de ruimte om met eigen inzichten te komen. Hij wilde graag leren van ons, want, zo zei hij, "ik weet ook niet alles". Daardoor wisten we de fusie en de privatisering, wat mijn opdracht was, snel en zonder problemen op te zetten. Alleen kwam er toen een minister die het allemaal beter wist….

Tja, dan is de keuze om eigen baas te worden snel gemaakt.

Zelfsturing leeft, maar wordt doodgezwegen.
 

Reacties

Er zijn nog geen reacties gegeven. Wees de eerste die een reactie geeft
Reeds Geregistreerd? Hier Aanmelden
Gast
maandag 22 juli 2019